IPMA C

Waarom?

Deze training over projectmanagement richt zich op het ontwikkelen van projectmanagementcompetenties, zoals het IPMA (International Project Management Association) deze in het competentieprofiel NCBversie3 heeft benoemd. De training wordt in samenwerking met de hogeschool van Arnhem en Nijmegen aangeboden. De Project Academie heeft voor de hogeschool deze gecertificeerde training ontwikkeld.

Hoe?

Het competentieprofiel van IPMA biedt een breed palet aan competenties. Deze competenties zijn onderverdeeld naar:

  1. Competenties gericht op het vaktechnisch bekwaam organiseren van projecten (hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 van het leerboek) à Kerncompetentie: Vakbekwaamheid
  2. Competenties gericht op de ontwikkeling van het persoonlijk leiderschap en sociale vaardigheden (hoofdstukken 7 en 8 van het leerboek) à Kerncompetentie:Zelfbewustzijn
  3. Competenties gericht op het professioneel samenwerken met de omgeving (hoofdstukken 9 en 10 van het leerboek) à Kerncompetentie:Omgevingsgevoeligheid

Binnen dit kader van de drie kerncompetenties biedt het IPMA competentieprofiel 46 competentie-elementen aan, die de projectmanager – in de ene situatie meer dan in de andere – moet beheersen bij het managen van de projecten. Het brede palet geeft de individuele projectmanager veel inzicht in de complexiteit van het vak van projectmanager en ontwikkelingen die daarin mogelijk zijn. Door de oefeningen leer je een diversiteit aan vaardigheden en technieken toepassen

Wat?

De deelnemende projectmanagers hebben na de training:

  • inzicht in het competentieprofiel van IPMA en kunnen een veelheid aan theorieën en technieken gericht toepassen binnen/met het eigen team, de projectteams, waaraan ze dagelijks leiding geven c.q. participeren en opdrachtgevende teams, waaraan ze verantwoording afleggen over de uitvoering van verworven opdrachten;
  • voldoende inhoudelijke bagage om het IPMA D of IPMA C examen af te ronden;
  • een rijk scala aan instrumenten in handen om projecten zowel resultaatgericht als procesgericht aan te sturen, vanuit het besef dat projectsucces wordt bepaald door de mate van tevredenheid van belanghebbenden rondom het project, waaronder de gebruikersgroepen en de opdrachtgever;
  • geleerd projectvraagstukken zodanig te beschouwen vanuit de theorie, dat de theorie wordt omgekeerd naar/ingezet als beste praktijk;
  • geleerd projectvraagstukken op een onderzoekende/probleemgerichte manier te verkennen en elkaar zodanig vraagstukken voor te leggen, dat innovatie en verbetering van zowel zichzelf, het teamwerk als de organisatie het gevolg is;
  • geleerd om het leren op actieniveau (leren in de actie), op regelniveau (moeten/mogen/procedures), op inzichtniveau (begrijpen/doorgronden) en zijnsniveau (positieve attitude, persoonlijk willen en zijn) van elkaar te onderscheiden en dit onderscheid bewust mee te nemen in de communicatie met de belanghebbenden.

Doelgroep

Mensen die uit hoofde van hun functie het IPMA D of het IPMA C certificaat willen behalen. Enige jaren ervaring met projectmanagement is van belang, evenals kennis van één of meerdere projectmanagementmethoden, zoals bijvoorbeeld Prince2 of Projectmatig Creëren.

Trainer

Roel Riepma
Meer informatie over Roel: NZCHT

Locatie

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Ruitenberglaan 31

Prijs

De prijs voor deze training is € 2.250,00 (vrij van btw)

Data

Startdatum: 23 februari, 4 maanden training
Eén- à tweewekelijks op donderdagavond: 18.00-21.30 uur

IPMA

 

Inschrijven

Uw naam*

Uw email*

Uw telefoonnummer*

Naam organisatie*

Programma

In onderstaand programma wordt verwezen naar hoofdstukken uit het boek Bert Hedeman, Roel Riepma en Gabor Vis van Heemst, Projectmanagement op basis van NCB versie 3, Van Haren Publishing, 2013

Tijdens dit dagdeel worden verschillende inbeddingstructuren van projecten in staande organisaties, inclusief bepalende cultuurelementen, in beeld gebracht. Ook wordt het begrip project zorgvuldig afgebakend. Welke inbeddingsvorm is binnen DHL Supply chain dominant? Hoe dragen deze projecten bij aan het verbeteren van het primaire proces? Welke krachten in de staande organisatie maken het projectmatig werken eenvoudiger c.q. moeilijker? Welke leervragen brengt dat met zich mee? Hoe ga je daar als projectmanager mee om?

De theorie en praktijk van de volgende IPMA competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 3: Projectoriëntatie (NCB 3.01)
  • Hoofdstuk 9.02: Portfolio-oriëntatie (NCB 3.03)
  • Hoofdstuk 10.01: Primaire processen (NCB 3.05)
  • Hoofdstuk 10.02: Staande organisaties (NCB 3.06)
  • Hoofdstuk 10.03: Systemen, producten en technologie (NCB 3.07)

Resultaat: u creëert een scherp beeld van projecten binnen staande organisaties en ontwikkelt inzicht in de rol van projectmanager en toepasbare projectmanagementmethoden in deze situaties.

Projecten hebben hun ontstaansgrond. Zorgvuldig waarnemen en aanvoelen wat kan ontstaat, vormt hiervoor de basis. Er zijn verschillende technieken waarmee waarnemingen in beeld gebracht, oorzaken geïdentificeerd en onderbouwde besluiten geformuleerd kunnen worden. Deze tweede bijeenkomst gaan we aan de slag met waarnemen, probleemanalyse, creativiteit, probleemoplossing en besluitvorming. Wat kunt u doen om inzicht te krijgen in de vraagstukken die spelen? Hoe leidt u hier projecten uit af?

De theorie van de volgende IPMA competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 3: Projectoriëntatie (NCB 3.01)
  • Hoofdstuk 9.02: Portfolio-oriëntatie (NCB 3.03)
  • Hoofdstuk 7.06 Openheid (NCB 2.06)
  • Hoofdstuk 7.07: Probleemoplossing (NCB 1.08)
  • Hoofdstuk 7.08: Creativiteit (NCB 2.07)
  • Hoofdstuk 7.09: Resultaatgerichtheid (NCB 2.08)
  • Hoofdstuk 7.10: Efficiency (NCB 2.09)

Resultaat: u deelt in een cultuur van openheid en creativiteit uw persoonlijke waarnemingen van de werkelijkheid en neemt op basis van analyse, creativiteit en concrete criteria breed gedragen besluiten.

Het spel tussen opdrachtgever (de projectmanager die sturing geeft aan het realiseren van het projectresultaat) en opdrachtnemer (de uit de staande organisatie naar voren geschoven beslisser) is een spel dat zeer zorgvuldig en integer gespeeld moet worden. We beginnen dit spel dan ook met het spelen ervan: “Hoe komt u tot afspraken met uw opdrachtgever? Welke afspraken worden gemaakt en waarover? Wanneer zijn deze afspraken wederzijds akkoord? Wanner voelen ze als opgelegd? Hoe legt u het wederzijdse akkoord vast? En hoe koppelt u terug?” Vragen waarop geen eenduidig antwoord mogelijk is. Iedere situatie is weer anders. Iedere opdrachtgever ook. Daarmee effectief omgaan, zowel instrumenteel als communicatief, is de kern van dit dagdeel.

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 4.01 Projectstart (NCB 1.19)
  • Hoofdstuk 4.02: Belanghebbenden en project(management)succes (NCB 1.01)
  • Hoofdstuk 4.03: Projectorganisatie (NCB 1.06)
  • Hoofdstuk 4.04: Eisen, wensen en doelen (NCB 1.03)
  • Hoofdstuk 4.05: Scope en op te leveren resultaten (NCB 1.10)
  • Hoofdstuk 4.06: Risico’s en kansen (NCB 1.04)
  • Hoofdstuk 4.07: Projectmanagementsucces (NCB 1.01)
  • Hoofdstuk 8.01: Communicatie (NCB 1.18)
  • Hoofdstuk 8.03: Adviseren (NCB 2.10)

Resultaten:

  • U neemt een open houding aan richting opdrachtgevers en creëert door middel van open vragen een duidelijk beeld van de situatie en projectresultaten die in deze situatie kunnen leiden tot verbetering.
  • U creëert een scherp beeld van de kaders die u met de opdrachtgever overeenkomt.

Projectmanagement als vak staat vooral bekend om het planmatige en resultaatgericht karakter. U gaat niet zomaar aan de slag, maar denkt eerst goed na over de structuur van het project, de afstemming van uit te voeren werkpakketten op elkaar en de daaraan gestelde kwaliteitscriteria, de inzetbare capaciteiten en de wijze van organiseren. Hoe zijn de verschillende fasen in één project georganiseerd? Hoe realiseert u een goede afstemming tussen de verschillende fasen in projecten? Hoe borgt u de kwaliteit en zorgt u ervoor dat er efficiënt wordt samengewerkt?

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 4.01: Projectstart (NCB 1.19)
  • Hoofdstuk 5.01: Kwaliteit (NCB 1.05)
  • Hoofdstuk 5.02: Projectstructuren (NCB 1.09)
  • Hoofdstuk 5.03: Projectfasering en tijdsplanning (NCB 1.11)
  • Hoofdstuk 5.04: Toewijzing van mensen en middelen (NCB 1.12)
  • Hoofdstuk 5.05: Begroten en budgetteren (NCB 1.13)
  • Hoofdstuk 10.06: Financieel management (financieel deel business case) (NCB 3.10)

Resultaten:

  • U creëert overzicht over het project door deze vanuit verschillende dimensies – inhoud, kwaliteit, geld, tijd, middelen – te structuren.
  • U maakt het beeld van het projectresultaat op één A4 inzichtelijk voor alle belanghebbenden.

Nu het project is gestructureerd, is het van essentieel belang om in de uitvoering van het project het overzicht te behouden en de voortgang positief opbouwend te stimuleren. Verschillende belangengroepen zorgvuldig informeren en betrekken bij de opbouwende waarde van het project voor de staande organisatie is een kernvaardigheid. Hoe doe je dat met onderaannemers? Hoe en waarover informeer je de verschillende belanghebbenden, zoals gebruikersgroepen en bedrijfsmanagement? Hoe houd je overzicht over tijd, geld en kwaliteit? Wanneer is het project af en hoe regel je de afronding?

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 5.01 Kwaliteit (NCB 1.05)
  • Hoofdstuk 7.10: Efficiency (NCB 2.09)
  • Hoofdstuk 6.01: Contracteren van partijen (NCB 1.14)
  • Hoofdstuk 6.02: Wijzigingen (NCB 1.15)
  • Hoofdstuk 6.03: Informatie en documentatie (NCB 1.17)
  • Hoofdstuk 6.04: Beheersing en Rapportage (NCB 1.16)
  • Hoofdstuk 6.05: Projectafsluiting (NCB 1.20)
  • Hoofdstuk 4.02: Belanghebbenden (NCB 1.02)
  • Hoofdstuk 4.07 Project(management)succes (NCB 1.01)
  • Hoofdstuk 8.01: Communicatie (NCB 1.18)

Resultaat: u informeert belanghebbenden tijdens de uitvoering van het project, zodat zij zich optimaal betrokken weten.

De projectmanager zorgt er met zijn team voor dat het projectresultaat er komt. Dat is de kern van het vak. Vaak vindt het maken van afspraken over het projectresultaat en de concrete realisatie en implementatie ervan plaats binnen een sterk en dynamisch krachtenveld. Het ontwikkelen van persoonlijk leiderschap is nodig om sterk te staan in dit krachtenveld, zodat iedereen weet: “deze projectleider zorgt op kundige wijze voor de realisatie van het gewenste projectresultaat!” Via diverse oefeningen appelleren we aan de krachten die ieder van ons in zich heeft en die bewust kunnen worden ingezet voor het effectief beïnvloeden van de omgeving. Waar liggen uw kwaliteiten? Hoe zet u ze dagelijks in? Waar liggen ontwikkelpunten?

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 7.01: Leiderschap (NCB 2.01)
  • Hoofdstuk 7.02: Betrokkenheid en Motivatie (NCB 2.02)
  • Hoofdstuk 7.03: Zelfbeheersing (NCB 2.03)
  • Hoofdstuk 7.04: Assertiviteit, Ontspanning (NCB 2.04)
  • Hoofdstuk 7.11: Betrouwbaarheid (NCB 2.13)
  • Hoofdstuk 7.12 Respect & inlevingsvermogen (NCB 2.14)
  • Hoofdstuk 7.13: Ethiek (NCB 2.15)

Resultaat: u waardeert uzelf en anderen en maakt uw persoonlijk leiderschap dienstbaar aan realiseren van projectresultaten, die een positieve betekenis hebben voor en waarde toevoegen aan de staande organisatie en via deze aan de omgeving.

Naast persoonlijk leiderschap vormt ook de ontwikkeling van het communicatief vermogen of sociaal emotioneel vermogen om contact te maken en te verbinden een basispijler om sterk te staan in het krachtenveld. Projecten managen is teamwerk en om dit teamwerk te managen, is de ontwikkeling van sociale vaardigheden essentieel. Wat is communiceren en sociaal vaardig handelen in teamverband? Hoe gaat u daarin beheerst, respectvol en ethisch om met conflicten en onderhandelingssituaties?

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 8.01: Communicatie (NCB 1.18)
  • Hoofdstuk 8.02: Teamwerk (NCB 1.07)
  • Hoofdstuk 8.03: Overleg & Advies (NCB 2.10
  • Hoofdstuk 8.04: Onderhandelen (NCB 2.11)
  • Hoofdstuk 8.05: Conflicthantering en crises (NCB 2.12)
  • Hoofdstuk 7.02: Betrokkenheid en Motivatie (NCB 2.02)
  • Hoofdstuk 7.03: Zelfbeheersing (NCB 2.03)
  • Hoofdstuk 7.08: Creativiteit (NCB 2.07)
  • Hoofdstuk 7.12 Respect & inlevingsvermogen (NCB 2.14)
  • Hoofdstuk 7.13: Ethiek (NCB 2.15)

Resultaat: u communiceert vaardig en gebruikt uw emotionele intelligentie bij het onderhouden van contacten met belanghebbenden.

Één van de bronnen voor nieuwe projecten vormt de strategie van het bedrijf. Deze strategie is medebepalend voor de projectenportfolio en de opbouw van programma’s: projecten en activiteiten gericht op het realiseren van strategische doelen. Maar verandering teweegbrengen is veel meer dan het aanbrengen van structuur in programma’s en portfolio’s. Het gaat ook om het bewust beïnvloeden van de omgeving, waardoor mensen zich gemotiveerd voelen om hun tanden te zetten in afgebakende opdrachten. De kern van veranderkunde richt zich juist op het zoeken naar interventies: bewust gekozen en op de omgeving afgestemde manieren van invloed uitoefenen. Hoe brengt u veranderingen in uw werkomgeving te weeg? Welke strategische doelen zijn gediend met de projecten die u uitvoert? Welke verbanden tussen projecten ziet u en hoe kunt u deze verbanden versterken, waardoor een sterke samenhang ontstaat richting het realiseren van strategische doelen? Herkent u in de prioriteitsstelling van en aanpak van projecten uw zienswijze? Waardoor worden eventuele verschillen veroorzaakt?

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Hoofdstuk 8.03: Overleg & Advies (NCB 2.10)
  • Hoofdstuk 9.01: Programmamanagement, waaronder het vaardig omgaan met veranderingen (NCB 02)
  • Hoofdstuk 9.02: Portfolio-oriëntatie (NCB 3.03)
  • Hoofdstuk 9.03: Implementatie van Projecten, Programma’s en Portfolio’s (NCB 3.04)
  • Hoofdstuk 10.01: Primair proces (NCB 3.06)
  • Hoofdstuk 10.02: Staande organisatie (NCB 3.05)

Resultaten:

  • U kent uw eigen kleur van beïnvloeding – ook de manipulatieve kant ervan – en past vanuit een integere en ethische houding uw stijl aan de situatie aan.
  • U zet inhoudelijke structuren in als een effectieve interventie, die dienstbaar is aan gewenste veranderingen.

Tijdens het laatste dagdeel passeren alle thema’s nogmaals de revue aan de hand van concrete oefeningen. Dit wordt gedaan in de vorm van een examentraining.

De theorie van de volgende IPMA-competenties wordt besproken en geoefend:

  • Alle hoofdstukken
  • IPMA D en IPMA C examenstof

Resultaat: u ziet het IPMA D of IPMA C examen met vertrouwen tegemoet.

De laatste dag staat in het teken van het terugkijken op het gehele traject, het herhalen van theorie dat nog niet goed begrepen wordt, het verdedigen van uw projectrapport en het oefenen van lastige examenvragen.