Afgelopen week nam ik deel aan een directie-overleg. Op de agenda stond het bespreken van een notitie over een specifiek project. Bij het doornemen van het stuk bracht één van de managers naar voren dat de tekst ‘grote verandering’ moest worden aangepast naar ‘verandering’ (dus zonder het bijvoeglijk naamwoord ‘grote’).

Het argument hiervoor was dat hij de notitie ook met de Ondernemingsraad moest gaan bespreken: hij wilde hen ieder argument ontnemen om het project te duiden als een reorganisatie. Het formeel duiden van het project als een reorganisatie zou het project namelijk een stuk complexer maken en minder haalbaar binnen de gestelde tijd. Met andere woorden: ‘Veel gedoe!’

Bijvoeglijke naamwoorden en het oproepen van emoties (Pathos)

Een besef maakte zich op dat moment van mij meester. Een inzicht over het belang van het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden in het beïnvloeden van de emotie bij de potentiële lezer. Binnen de retorica is er een mooi woord voor het oproepen van emoties: Pathos.

Opnieuw besefte ik hoe belangrijk het voor een projectleider is om in de stukken die hij schrijft zich bewust te zijn wat taal kan doen en hoe je hiermee de lezers kan beïnvloeden; door het bewust oproepen of onderdrukken van emoties.

Nu is de middelbare school al weer even geleden. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen een ‘Oh ja’-gevoel heeft bij het begrip ‘bijvoeglijk naamwoord’. Daarom maar even een definitie:

Een ‘bijvoeglijk naamwoord’ geeft een eigenschap of toestand aan van een zelfstandig naamwoord. Een bijvoeglijk naamwoord staat vaak direct voor het zelfstandig naamwoord waar ze bij hoort, maar kan ook als apart zinsdeel voorkomen.

Een voorbeeld van een bijvoeglijk naamwoord is:

“de rode auto”.

Het woord ‘rode’ zegt iets over de eigenschap kleur van de auto (zelfstandig naamwoord).

Tot zover het uitstapje naar de Nederlandse taal. Door naar de filosofie. Pathos; de kunde om via gesproken of geschreven woord emoties bij je publiek teweeg te brengen.

Hoe bewust zijn we ons hier doorgaans van? Hoe vaak komt het voor dat we onze zinnen wollig maken, groter dikker, zwaarder, belangrijker? Kijk graag even in je spiegel? Hoe zit dit bij jou?

Voorbeelden in een breed spectrum

Ik pak even terug naar het voorbeeld. De zin in de notitie luidde:

Het nieuwe model voor het verlenen van onze dienstverlening betekent voor onze organisatie een grote verandering”.

Zelf ben ik van mening dat er had moeten staan:

Het nieuwe model voor het verlenen van onze dienstverlening betekent voor onze organisatie een radicale verandering”.

Ook zou kunnen:

Het nieuwe model voor het verlenen van onze dienstverlening betekent voor onze organisatie een immense verandering”.

En natuurlijk kan je ook kiezen voor:

Het nieuwe model voor het verlenen van onze dienstverlening betekent voor onze organisatie een kleine verandering”.

Om het spectrum helemaal compleet te maken:

Het nieuwe model voor het verlenen van onze dienstverlening betekent voor onze organisatie een niet noemenswaardige verandering”.

De voorkeur van de betreffende manager was:

Het nieuwe model voor het verlenen van onze dienstverlening betekent voor onze organisatie een verandering”.

Welke te kiezen?

De laatste zin is het meest neutraal; een ‘ja, het zal’-gevoel geeft het me. De zin laat open wat de lezer zich er bij voorstelt en stuurt niet. Alle andere zinnen roepen een beeld op over de omvang van de verandering in ruimtelijke termen van piepklein tot supergroot.

Als je niet wilt dat iets opvalt kan je er wellicht het beste voor kiezen om geen bijvoeglijk naamwoord te kiezen. Ik heb het beeld dat de zin dan ook sneller gelezen wordt. De zin wordt echter ook saaier en neemt de lezer ook niet mee in je verhaal. Als je consequent alle bijvoeglijke naamwoorden weglaat wordt m.i. je notitie gortdroog, bere-saai en is er een grote kans dat je de lezer verliest.

Je kan er ook voor kiezen om iets expliciet als ‘klein’ te duiden (ondanks dat de verandering immens is). Je poogt dan het gevoel teweeg te brengen dan men zich geen zorgen moet maken; het valt wel mee. Echter, ervaren lezers kunnen ook op deze emotie aanslaan en je poging doorzien. Dan bind je juist ‘de kat op het spek’.

Er zijn dus nogal wat keuzes te maken als je een notitie schrijft. Het blijft een afweging tussen ‘het oproepen van emoties om je lezer mee te nemen’ en ‘het terugdringen van emoties die een negatief effect kunnen hebben. Het blijft een afweging tussen ‘je tekst laten bloeien en boeien’ en ‘je tekst neutraal laten’. Kortom; pas op de pathos.

Op woensdag 14 december 2016 verzorgt Rob voor ‘De Project Academie’ het thema-café “Projectmanagement en filosofie”. In dit thema-café gaan we in de voetsporen van Socrates met elkaar op onderzoek naar wat ‘kleur bekennen’ nu eigenlijk is en hoe je daar in je dagelijkse werk als projectmanager ‘bewust’ mee om gaat.

Rob is als zelfstandig projectmanager werkzaam binnen het sociaal domein en richt zich op de ondersteuning van overheid- en zorgorganisaties bij strategische vraagstukken die praktische uitwerking vragen. Samen met Marc Gofferjé is Rob auteur van het recent verschenen boek ‘Mijn project en ik – Houdt vast aan wie je bent’. Zie ook de website www.mijnprojectenik.nl. Rob is als specialist verbonden aan De Project Academie en verzorgt de leergang ‘Projectmanagement & filosofie’.

Zet de datum vast in je agenda!

Datum:          woensdag 14 december 2016

Tijd:               17:30 – 21.00 uur

Locatie:         Het Perrontheater, Westerlaan 9, 8011 CA Zwolle

Bijdrage:       Waardebepaling achteraf

Klik hier om je in te schrijven.